Loan-to-value

De loan-to-value (LTV) is het percentage waarin de hoogte van de hypotheek (leensom) wordt afgezet tegen de marktwaarde van het onderpand. Hoe lager de LTV hoe meer zekerheid de aanbieder van de financiering heeft dat de openstaande of aanvraagde leensom kan worden terugbetaald uit de opbrengst van (executie) verkoop van het onderpand.

Wat betekent loan-to-value (LTV)?

Bij het financiering van een huis of commercieel vastgoed is de loan-to-value een belangrijk onderwerp. In de Tijdelijke regeling hypothecair krediet is bepaald dat de financiering van een eigen woning vanaf 1 januari 2018 maximaal 100% van de marktwaarde mag zijn.

Hypotheekverstrekkers mogen hiervan afwijken en
een lagere loan-to-value aanhouden. Voor de financiering van de eigen woning wordt meestal aangesloten bij deze norm. Er zijn een aantal uitzonderingen, waardoor er mee kan worden geleend. Dat is bijvoorbeeld mogelijk bij het meefinancieren van energiebesparende maatregelen.

Voor verhuurd onroerend goed wordt door financiers vaak behoorlijk minder verstrekt op het onderpand. De meeste aanbieders van een verhuurhypotheek hanteren een norm van 80% van de marktwaarde in verhuurde staat. In de praktijk is het ook vanuit het perspectief van de belegger aan te raden om niet meer te financieren. De marktwaarde in verhuurde staat is meestal lager dan de marktwaarde vrij van huur en gebruik. Een vaste richtlijn is hiervoor moeilijk te geven en kan sterk verschillen per type onderpand en locatie. In de praktijk verschilt het tussen de 60% en 100%.

Voorbeeld

Jan Willem heeft een mooie woning op Funda gezien. Hij wilt het huis kopen om te verhuren. Het appartement staat nu nog leeg, maar de verwachting is dat hij snel een geschikte huurder zal kunnen vinden. De koopprijs van het appartement is € 225.000,- k.k. De totale investering inclusief kosten koper bedraagt € 232.000,-.

Uit het taxatierapport blijkt een marktwaarde in verhuurde staat van € 175.000,-. Hiervan kan hij maximaal 80% financieren. Dit is een bedrag van € 140.000,-. Hierdoor moet Jan Willem in totaal € 92.000,- aan eigen middelen (of van anderen) inbrengen. Dat is 41% van de aankoopsom.

Doordat de marktwaarde in verhuurde staat doorgaans lager is dan de marktwaarde vrij van huur en gebruik en vanwege de maximale hypotheek van 70% of 80% moeten vastgoedbeleggers doorgaans een behoorlijk bedrag aan eigen vermogen meenemen om een woning voor de verhuur aan te kopen. De minimale eigen inbreng is hierdoor tussen de 20% en 30%. Sommige aanbieders kunnen meer verstrekken. Daar staat dan wel een hogere rente en risico tegenover.

Review deze pagina aub

Klik op de sterren

Gemiddelde score 5 / 5. Aantal stemmen: 31

Geen stemmen, wees de eerste!

Plaats een reactie