Partneralimentatie ingekort: maximaal vijf jaar alimentatie voor partner beschikbaar

Deze week heeft de Eerste Kamer der Staten-Generaal ingestemd met een wetsvoorstel die de maximale duur van de partneralimentatie fors zal inkorten vanaf volgend jaar. Op dit moment is de partneralimentatie een voorziening in het levensonderhoud van de ex-partner een bijdrage voor een periode van twaalf jaar lang.

Partneralimentatie vanaf 2020 naar vijf jaar

Vanaf 2020 zal de partneralimentatie de helft zijn van de periode die de ex-partners bij elkaar zijn geweest. Hierbij zal een maximum van vijf jaar van toepassing zijn. Er zijn binnen het nieuwe stelsel voor partneralimentatie wel ruimte voor uitzonderingen ingebouwd. Gezinnen met kinderen onder de twaalf jaar en senioren kunnen wel langer alimentatie van een partner ontvangen.

Uitzonderingen duur partneralimentatie

Wanneer de alimentatiegerechtigde binnen tien jaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en het huwelijk langer dan vijftien heeft geduurd, wordt de termijn voor alimentatie voor de vijftigplusser tien jaar. Deze uitzonderingsregel is van toepassing tot 2027. Hierdoor hebben vijftigplussers een maximale duur van tien jaar binnen de komende periode. Na deze periode zal alleen de periode tot de AOW-gerechtigde leeftijd leidend zijn.

Wanneer binnen een huwelijk kinderen onder de twaalf jar zijn, is de maximale duur van de partneralimentatie nog wel twaalf jaar. Zodra het jongste kinder uit het huwelijk ouder dan twaalf jaar wordt, stopt automatisch de partneralimentatie. De invoering van de nieuwe wet zal geen gevolgen hebben voor bestaande afspraken en echtscheidingsconvenanten rondom partneralimentatie.

Levensonderhoud en partneralimentatie

Op basis van het meest recente onderzoek van Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat partneralimentatie voorheen in weinig situatie werd toegekend. In 16 procent van de gevallen is van alle scheidingen aan de vrouw alimentatie toegekend. Hieruit valt te concluderen dat in het overgrote deel van alle scheidingen beide partner na ontbinding van het huwelijk beiden in hun levensonderhoud kunnen voorzien of het inkomen van de meeste verdienende partner is onvoldoende om een deel ervan ook aan de ex-partner af te dragen.

Plaats een reactie